Criteria voor wel of niet doorgaan van tochten Met speciale aandacht voor winterse omstandigheden In dit artikel beschrijven we de criteria die wij hanteren bij het beslissen of een tocht wel of niet kan doorgaan. Tevens worden de middelen om tot een zo goed mogelijk beslissing te komen en het gebruik ervan beschreven en de interpretatie van de verkregen gegevens. Het algemene criterium De algemene regel is dat bij windkracht 5 of hoger een tocht geen doorgang kan vinden. Algemeen wordt het weerbericht van het NOS journaal de avond voorafgaand aan de tocht als moment van beslissing genomen. Deze algemene regel werkt goed als het weerbericht duidelijk is, windkracht 9 of –10º C. Vaak is het weerbericht wat minder uitgesproken en in de winter is meestal niet de wind de doorslaggevende factor. Klakkeloos toepassen van de algemene regel zonder nuancering levert soms afgelastingen ter plekke op of afgelastingen die achteraf niet nodig waren. Als het mogelijk is nuanceren wij de algemene regel. Wat betreft de windsterkte kijken wij altijd naar de windrichting, het gebied waarin wij varen, varen we met de wind opzij, wind tegen of in de rug, wie vaart er met ons mee, wat is het niveau van de tocht (beginners, ZV of ZVE), etc. Afhankelijk daarvan varen wij tot windkracht 6 (windstoten tot 7) voor niveau ZVE. Bij beginners echter, kan er bij noordwest 4 al worden besloten niet te varen of gaan we een alternatief te zoeken. De wind als enig bepalende factor voor het doorgaan van een tocht is verantwoord als de luchttemperatuur geen probleem is. Verder is ook de situatie op zee, zoals de golfhoogte, richting van de golven en watertemperatuur bepalend. Onze winter criteria In de winter is voor het doorgaan van een tocht bepalend de combinatie van temperatuur, wind, luchtvochtigheid, bewolking en zonneschijn. Als de algemene regel wordt toegepast bij 0º C hebben we bij windkracht 5 al te maken met een gevoelstemperatuur van –10º C en dan hebben we nog geen correctie toegepast voor de vaak hoge luchtvochtigheid op zee rond het nulpunt! Een verdere correctie zou kunnen zijn voor het buiswater Dat je helemaal nat spettert of een onvrijwillige kentering. Onder dit soort omstandigheden varen wij dan ook niet op zee met een groep! De vraag dient zich nu aan wat is nu het criterium. Het antwoord is eenvoudig, er bestaat in de winter niet zoiets als een hard criterium. Wij hanteren als regel dat er geen gevoelstemperatuur mag zijn onder het vriespunt als er meer dan windkracht 2 staat (richting afhankelijk) en er geen zonneschijn is. Bij zonnig weer is windkracht 3 de grens. Bij wat hogere luchttemperaturen kan de bovengrens voor de wind 4 tot 5 (altijd richting afhankelijk) worden. Voor de rest is het een kwestie van gevoel, ervaring en wat willen en kunnen de deelnemers redelijkerwijs verdragen. Varen in de winter kan heel mooi zijn maar tegelijkertijd ook heel erg afzien. En de bedoeling is dat je er van geniet, in welke vorm dan ook. Het is nooit de bedoeling dat het een levensbedreigende ervaring (onderkoeling!) wordt voor deelnemers. Voor de één is het genieten van de rust en de stilte van de winter, bij de ander bestaat het genieten uit het verleggen van de grenzen. Een ander uitgangspunt is dat iedere deelnemer blootgesteld aan niet zomerse omstandigheden die omstandigheden ook aan moet kunnen en dat iedereen in de groep daar op moet kunnen vertrouwen. Praktisch betekent dat bij een onverwachtse kentering in de winter altijd de dichtst bijzijnde vaarder zonder zich te bedenken de leiding moet nemen en de redding uitvoert en de drenkeling binnen twee minuten weer in de boot zet. Meer tijd is er domweg niet! Verder moet iedereen een uitrusting hebben die een verblijf van enkele minuten in zeer koud water mogelijk maakt. Aan het einde van wintertochten oefenen wij vaak eskimoteren, snelle geassisteerde reddingen zonder dat het slachtoffer de boot verlaat, X- reddingen, kiwi reddingen (indien uitvoerbaar!) en dat alles gericht op zeer snelle uitvoering. Ook is het uitdagend een klein stukje te zwemmen (in de uitrusting) om echte kou te ervaren, de uitrusting beter te leren kennen en wat gewenning en weerstand op te bouwen. Dit laatste was een uitstapje wat met het weer niets van doen heeft. Echter het niveau van de deelnemers, de individuele instelling, het technisch kunnen, het incasseringsvermogen (ook psychisch) wat wij waarnemen en kennen van deelnemers weegt bij het beoordelen over al of niet doorgaan van een tocht even zwaar als het weer. Onze informatie bronnen De vraag die nu opdoemt is waar je de gegevens vandaan haalt om een gefundeerde beslissing te nemen. Gewone weerberichten voldoen niet, internet weerberichten vaak evenmin omdat cruciale gegevens als luchtvochtigheid, gevoelstemperatuur en uurlijkse voorspellingen vaak ontbreken. En actuele waarnemingen alleen zijn ook vaak niet goed bruikbaar. In de praktijk kun je o.a. terecht bij de meteorologische diensten aangevuld met de actuele online windsnelheid en golfhoogte metingen die te vinden zijn op internet. Verder zijn www.windguru.cz, marifoonweerbericht goed bruikbaar. Bij Rijkswaterstaat kun je zien wat de golfhoogten, de windsterkte en windrichting en de water temperatuur zijn en dat vergelijken met andere weerstations. Wij gebruiken de gegevens van Rijkswaterstaat om het weerbericht van het moment mee te verifiëren en in samenhang met het weerbericht te bepalen of we gaan varen.
Criteria voor wel of niet doorgaan van tochten Met speciale aandacht voor winterse omstandigheden In dit artikel beschrijven we de criteria die wij hanteren bij het beslissen of een tocht wel of niet kan doorgaan. Tevens worden de middelen om tot een zo goed mogelijk beslissing te komen en het gebruik ervan beschreven en de interpretatie van de verkregen gegevens. Het algemene criterium De algemene regel is dat bij windkracht 5 of hoger een tocht geen doorgang kan vinden. Algemeen wordt het weerbericht van het NOS journaal de avond voorafgaand aan de tocht als moment van beslissing genomen. Deze algemene regel werkt goed als het weerbericht duidelijk is, windkracht 9 of –10º C. Vaak is het weerbericht wat minder uitgesproken en in de winter is meestal niet de wind de doorslaggevende factor. Klakkeloos toepassen van de algemene regel zonder nuancering levert soms afgelastingen ter plekke op of afgelastingen die achteraf niet nodig waren. Als het mogelijk is nuanceren wij de algemene regel. Wat betreft de windsterkte kijken wij altijd naar de windrichting, het gebied waarin wij varen, varen we met de wind opzij, wind tegen of in de rug, wie vaart er met ons mee, wat is het niveau van de tocht (beginners, ZV of ZVE), etc. Afhankelijk daarvan varen wij tot windkracht 6 (windstoten tot 7) voor niveau ZVE. Bij beginners echter, kan er bij noordwest 4 al worden besloten niet te varen of gaan we een alternatief te zoeken. De wind als enig bepalende factor voor het doorgaan van een tocht is verantwoord als de luchttemperatuur geen probleem is. Verder is ook de situatie op zee, zoals de golfhoogte, richting van de golven en watertemperatuur bepalend. Onze winter criteria In de winter is voor het doorgaan van een tocht bepalend de combinatie van temperatuur, wind, luchtvochtigheid, bewolking en zonneschijn. Als de algemene regel wordt toegepast bij 0º C hebben we bij windkracht 5 al te maken met een gevoelstemperatuur van –10º C en dan hebben we nog geen correctie toegepast voor de vaak hoge luchtvochtigheid op zee rond het nulpunt! Een verdere correctie zou kunnen zijn voor het buiswater Dat je helemaal nat spettert of een onvrijwillige kentering. Onder dit soort omstandigheden varen wij dan ook niet op zee met een groep! De vraag dient zich nu aan wat is nu het criterium. Het antwoord is eenvoudig, er bestaat in de winter niet zoiets als een hard criterium. Wij hanteren als regel dat er geen gevoelstemperatuur mag zijn onder het vriespunt als er meer dan windkracht 2 staat (richting afhankelijk) en er geen zonneschijn is. Bij zonnig weer is windkracht 3 de grens. Bij wat hogere luchttemperaturen kan de bovengrens voor de wind 4 tot 5 (altijd richting afhankelijk) worden. Voor de rest is het een kwestie van gevoel, ervaring en wat willen en kunnen de deelnemers redelijkerwijs verdragen. Varen in de winter kan heel mooi zijn maar tegelijkertijd ook heel erg afzien. En de bedoeling is dat je er van geniet, in welke vorm dan ook. Het is nooit de bedoeling dat het een levensbedreigende ervaring (onderkoeling!) wordt voor deelnemers. Voor de één is het genieten van de rust en de stilte van de winter, bij de ander bestaat het genieten uit het verleggen van de grenzen. Een ander uitgangspunt is dat iedere deelnemer blootgesteld aan niet zomerse omstandigheden die omstandigheden ook aan moet kunnen en dat iedereen in de groep daar op moet kunnen vertrouwen. Praktisch betekent dat bij een onverwachtse kentering in de winter altijd de dichtst bijzijnde vaarder zonder zich te bedenken de leiding moet nemen en de redding uitvoert en de drenkeling binnen twee minuten weer in de boot zet. Meer tijd is er domweg niet! Verder moet iedereen een uitrusting hebben die een verblijf van enkele minuten in zeer koud water mogelijk maakt. Aan het einde van wintertochten oefenen wij vaak eskimoteren, snelle geassisteerde reddingen zonder dat het slachtoffer de boot verlaat, X- reddingen, kiwi reddingen (indien uitvoerbaar!) en dat alles gericht op zeer snelle uitvoering. Ook is het uitdagend een klein stukje te zwemmen (in de uitrusting) om echte kou te ervaren, de uitrusting beter te leren kennen en wat gewenning en weerstand op te bouwen. Dit laatste was een uitstapje wat met het weer niets van doen heeft. Echter het niveau van de deelnemers, de individuele instelling, het technisch kunnen, het incasseringsvermogen (ook psychisch) wat wij waarnemen en kennen van deelnemers weegt bij het beoordelen over al of niet doorgaan van een tocht even zwaar als het weer. Onze informatie bronnen De vraag die nu opdoemt is waar je de gegevens vandaan haalt om een gefundeerde beslissing te nemen. Gewone weerberichten voldoen niet, internet weerberichten vaak evenmin omdat cruciale gegevens als luchtvochtigheid, gevoelstemperatuur en uurlijkse voorspellingen vaak ontbreken. En actuele waarnemingen alleen zijn ook vaak niet goed bruikbaar. In de praktijk kun je o.a. terecht bij de meteorologische diensten aangevuld met de actuele online windsnelheid en golfhoogte metingen die te vinden zijn op internet. Verder zijn www.windguru.cz, marifoonweerbericht goed bruikbaar. Bij Rijkswaterstaat kun je zien wat de golfhoogten, de windsterkte en windrichting en de water temperatuur zijn en dat vergelijken met andere weerstations. Wij gebruiken de gegevens van Rijkswaterstaat om het weerbericht van het moment mee te verifiëren en in samenhang met het weerbericht te bepalen of we gaan varen.